Wetenschappers pleiten voor betere artikelen over dierproeven

4 maanden geleden

Proefdieronderzoek naar herstel van kraakbeenschade in gewrichten wordt veelal onvolledig gerapporteerd in wetenschappelijke tijdschriften. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het Radboudumc analyseerden 223 grote proefdierstudies wereldwijd en ontdekten dat meer dan 90% onvolledige informatie geeft over de anesthesie en de pijnbestrijding.

Bijna anderhalf miljoen mensen in Nederland hebben last van pijnlijke slijtage van het kraakbeen in de gewrichten, ofwel artrose. Artrose komt ook bij dieren veel voor. Er bestaat nog geen goede behandeling voor. Vanwege het ontbreken van passende proefdiervrije methoden wordt onderzoek naar mogelijke behandelingen die herstel van het kraakbeen stimuleren voor een deel gedaan met proefdieren, zoals varkens, geiten, schapen, honden en paarden.

Dit onderzoek houdt vaak in dat de proefdieren geopereerd moeten worden. Net als bij operaties bij mensen zijn anesthesie en pijnbestrijding dan heel belangrijk, ook na de operatie. Daarnaast zijn details over de gebruikte middelen van belang: voor het verantwoorden van optimaal dierenwelzijn, voor de reproduceerbaarheid van het onderzoek, én voor het kunnen voortbouwen op de opgedane kennis door toekomstige onderzoekers. Welke anesthesie en pijnstillers proefdieren krijgen en hoe veel heeft namelijk ook invloed op de resultaten van het onderzoek.

Onvolledige informatie

Onderzoekers Maria FugazzolaJanny de Grauw en Daniela Salvatori onderzochten samen met collega’s van de Universiteit Utrecht (faculteit Diergeneeskunde) en het Radboudumc hoe anesthesie en pijnbestrijding worden beschreven in artikelen over studies met grote proefdieren die wereldwijd tussen 2015 en 2020 werden gepubliceerd. Van de 223 studies bevatten er maar liefst 220 onvolledige informatie over anesthesie en pijnbestrijding, schrijven zij in een systematische analyse in het vaktijdschrift Osteoarthritis and Cartilage Open.

“De meerderheid van de publicaties vermeldde niet welke pijnstillers en verdovingsmiddelen voor, tijdens en na de operatie werden gebruikt,” vertelt Fugazzola. “Van de 176 studies die meldden dat dieren algehele narcose ondergingen gaf 30% geen details over die anesthesie. Ook details over de pijnstillers en de pijnbewaking werden maar weinig gegeven. Dit betekent overigens niet per se dat er geen pijnstilling of pijnbewaking wás, maar je weet niet welke en hoeveel.”

De richtlijn ARRIVE

De beperkte rapportage van details van proefdieronderzoek wordt al langer onderkend. Daarom is in 2010 een richtlijn opgesteld voor consistente rapportage van wetenschappelijk dieronderzoek, genaamd ARRIVE (Animal Research: Reporting of In Vivo Experiments). De richtlijn wordt echter nog maar beperkt nagevolgd. Uit deze nieuwe studie blijkt nu dat ook het merendeel van studies naar gewrichtsslijtage met grote proefdieren niet voldoet aan de eisen voor rapportage uit de richtlijn.

De onderzoekers maken zich ernstig zorgen over deze beperkte rapportage. De Grauw geeft een voorbeeld. “Als een dier na een operatie pijn heeft aan een poot, en die poot daardoor minder belast, kan het herstel van het gewricht in die poot anders verlopen. Dat herstel kun je dus alleen goed interpreteren met de juiste informatie over de pijnstilling. Zonder die informatie kunnen andere wetenschappers niet bepalen of de onderzoeksuitkomsten wel kloppen.”

“Er is dringend verbetering nodig,” zegt collega Salvatori. “Het is essentieel dat onderzoekers volledig rapporteren over hun experimenten, zodat anderen ook echt iets kunnen met de resultaten. Het is hoog tijd dat onderzoekers en redacteuren van vaktijdschriften zich hiervan bewust worden. De Grauw vult aan: “Dat scheelt niet alleen veel onderzoeksgeld, maar ook onnodig gebruik van dieren, aangezien de vergaarde kennis nu maar beperkt nuttig is.”