Dieronderzoek opzetten

Voor de kwaliteit van dieronderzoek en de conclusies die je eruit kunt trekken is een goede opzet van het onderzoek van cruciaal belang. Om mens en dier te beschermen moeten we zeker zijn van de betrouwbaarheid en herhaalbaarheid van dierstudies. De Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht stimuleert daarom kwaliteitsverbetering die de wetenschappelijke integriteit waarborgt. Daarnaast voorkomt het dat dieren worden ingezet voor onderzoek dat onvoldoende bijdraagt aan de toename van kennis en van gezondheid en welzijn van mens en dier.

Binnen de wetenschappelijke gemeenschap is er sprake van een replicatiecrisis. Dit speelt met name bij dierexperimenteel onderzoek. Dit schaadt het vertrouwen in het nut van dierproeven en kan gevaarlijk zijn voor de doelgroep (meestal mensen, maar ook wel dieren) waar dieren model voor staan.

Replicatie

Veel dierstudies blijken lastig te repliceren doordat onderzoekers onvoldoende informatie verschaffen over de uitvoering. Mede om die reden worden bepaalde studies niet in systematische reviews opgenomen. De waarde van de studie kan daardoor dalen, zelfs als de studie een hoge initiële impact heeft. Dit is deels te voorkomen door de ARRIVE-richtlijn na te leven. (Een belangrijke richtlijn voor transparante en volledige publicatie van dierexperimentele studies.)

Publicatie-bias

Binnen wetenschappelijk onderzoek is daarnaast sprake van een publicatie-bias. Die houdt in dat het uitsluitend publiceren van positieve of significante resultaten van experimenten een vertekend beeld geeft van de werkelijkheid. Om te voorkomen dat dit ook gebeurt bij Utrechts onderzoek, stimuleren wij dat dierstudies vooraf geregistreerd worden. Elke studie kan daardoor worden opgenomen in systematische analyses.

Statistisch analyseplan

Dierproeven kunnen al snel verkeerd geïnterpreteerd worden doordat er in het kader van vermindering met zo min mogelijk proefdieren wordt gewerkt. Een goed doordachte proefopzet is daarom van groot belang. De Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht controleert extra scherp op de onderbouwing van het aantal ingezette proefdieren en het statistisch analyseplan. Waar nodig schakelen wij een statisticus in om het analyseplan mede te beoordelen. Het is van belang om uit te zoeken hoe mogelijke invloeden op je data kunnen worden ingeperkt en wat de kans is op exclusie.

Enkele risico’s kunnen vooraf worden ingeperkt, bijvoorbeeld door de experimentele eenheid correct te definiëren, dieren in de groepen te randomiseren, ruimten en kooien zorgvuldig te onderhouden en door het blinderen van behandelingen, waarnemingen en analyses. Kennis van het diermodel is daarbij onontbeerlijk.

Belangrijke hulpmiddelen

  • De eerder genoemde aandachtspunten zijn opgenomen in de PREPARE-richtlijn, waarin de juiste planning en afstemming van dierproeven staat uitgewerkt. Aan de hand van deze richtlijn kun je jouw dierproef systematisch doorlopen om te achterhalen of er onderdelen ontbreken.
  • Bekijk onze Toelichting proefopzet en statistiek.
  • Voor de berekening van groepsgrootte in overeenstemming met je analyseplan adviseren we de applicatie G*Power te gebruiken.
  • Voor Randomisatie van groepen waarbij bepaalde co-variatie zoals gewicht, leeftijd e.d. moeten worden gebalanceerd kun je gebruik maken van de tool RandoMice.
  • Om bekwaamheid te ontwikkelen in het opzetten van een dierproef is er een cursus voor promovendi beschikbaar. Dit is de cursus My Animal Research, Experimental Design.
  • Je kunt je proefopzet met analyseplan omzetten in een blokschema, waarbij je geattendeerd kan worden op risico’s van je design. De Experimental Design Assistant kan je hier bij helpen. Het programma waarmee je het blokkenschema maakt attendeert je op fouten. Dit programma bevat ook een ingebouwde randomisatie- en blinderingstool.