Verfijning in de opleiding tot dierenarts: de Sensa-koe

6 jaar geleden

Het is belangrijk dat een dierenarts de gezondheid van een koe kan vaststellen, of de status van haar dracht, bijvoorbeeld voor het stellen van een diagnose en het beslissen over wat te doen. Daarom worden koeien als proefdier ingezet bij het opleiden van dierenartsen. Dit gebeurt vooral bij het oefenen van technieken om een koe te onderzoeken.

De meest gangbare manier om ene koe te onderzoeken is intern onderzoek via de anus. Veel studenten diergeneeskunde vinden dit lastig om te leren. Velen hebben nog geen ervaring met het werken met grote landbouwdieren. Daar komt bij dat het moeilijk is om je driedimensionaal voor te stellen wat je binnen in het dier voelt.

Namaak koeienromp

De faculteit Diergeneeskunde heeft een oplossing bedacht. Ze ontwikkelde een nagemaakte koeienromp waarop studenten kunnen oefenen met de moeilijke techniek. De romp kreeg de naam Sensa-koe. In de romp zitten namaakorganen van silicone. Ook zitten er druksensoren in, die in verbinding staan met een computer. Als een student in de koeienromp de organen bevoelt, wordt dat via speciale software vertaald naar een 3D-beeld op het beeldscherm. Zo leren studenten waar de organen zich bevinden in het koeienlichaam en hoe ze aanvoelen. Door de live weergave op het beeldscherm leren ze hoe hetgeen ze voelen overeenkomt met het beeld. Deze visualisering versterkt de opname in het geheugen.

Ontwikkeling en implementatie

Het idee kwam van projectleider dr. Claudia Wolschrijn, Universitair Hoofddocent aan het departement Pathobiologie van de faculteit. Wolschrijn: “De Sensa-koe is hier in huis ontwikkeld in samenwerking met masterstudenten van de Hogeschool voor de Kunsten, het departement Natuurkunde en kunstenaar Remie Bakker. Studenten zorgden dat de software en de hardware goed samenwerken. Remie Bakker maakte de siliconen organen.” De Sensa-koe is geïmplementeerd en gevalideerd (nagegaan of ze voldoende overeenkomt met de werkelijkheid) met behulp van een projectsubsidie van ZonMw, genaamd Dierproeven Begrensd (2009-2011). Op dit moment zijn er vijf Sensa-koeien aanwezig bij de faculteit, waarvan twee in het studielandschap. Eén daarvan is een drachtig exemplaar.

Verfijning en Vermindering?

Een pilot maakte duidelijk dat oefenen met de Sensa-koe leidt tot korter rectaal onderzoek bij levende koeien. Studenten die eerst konden oefenen met de Sensa-koe hadden 24 seconden nodig om in de levende koe de voortplantingsorganen te vinden, vergeleken met 166 seconden voor een andere groep, die niet geoefend had. Deze resultaten zijn veelbelovend als het gaat om het verminderen van het ongerief van de koe als proefdier, en kan daarom leiden tot verfijning van de dierproef. Kan het aantal benodigde koeien als proefdier voor onderwijs hiermee ook verminderen? Wolschrijn denkt van niet: “We gebruiken nog altijd levende dieren vóór we studenten het werkveld in laten gaan om met patiënten te gaan werken. Maar verfijning is misschien nog wel belangrijker in dit gebied van klinisch onderzoek.”

Twee kanten

De Sensa-koe draagt niet alleen bij tot de verfijning van het gebruik van koeien in onderwijs, maar heeft een grote invloed op de kwaliteit van de voeltechniek van studenten diergeneeskunde. Elk jaar maken zo’n 200 bachelorstudenten kennis met de Sensa-koe. Het is één van de eerste stappen om een goed dierenarts te worden. Ze hebben daardoor meer zelfvertrouwen en meer zin om met levende koeien te gaan oefenen.
De faculteit Diergeneeskunde kan trots zijn: ze werkt aan verbetering van het welzijn van de koe als proefdier, het welzijn van de koe als boerderijdier, én aan het afleveren van betere veterinaire professionals. De Sensa-koe treedt langzamerhand dan ook buiten de Nederlandse grenzen: “Sommige internationale partijen hebben al interesse getoond.”

Bron: 3V-centrum ULS

Lees meer over het ZonMw-project