Een tweede leven voor kleine proefdieren

1 jaar geleden

De Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht werken samen met dierenwelzijnsorganisaties aan herplaatsing van kleine ex-proefdieren, zoals muizen en ratten.

De meeste van deze dieren zijn gefokt als proefdier, maar niet daadwerkelijk voor een dierproef ingezet. Kleine knaagdieren die wel voor dierproeven worden ingezet, worden meestal gedood om na de proef de uitwerking van de proef op hun organen te kunnen bestuderen.

Voor herplaatsing van grotere ex-proefdieren, zoals honden en katten, wordt vaak veel moeite gedaan, maar dit gebeurt veel minder voor kleine proefdieren. De Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht, die namens beide instellingen toeziet op het welzijn van de proefdieren, wil daar verandering in brengen. Ze vroeg advies bij diverse organisaties voor dierenwelzijn en kwam tot samenwerking met opvangcentrum Het Knagertje in Den Haag. De Dierenbescherming, Animal Rights en de Stichting Hulp en Herplaatsing Huisdieren bleken bereid om op andere manieren mee te denken en mee te werken. Vanaf oktober 2019 is gestart met een pilot. In een half jaar zijn er 156 muizen en 8 ratten herplaatst.

Aantal overtollige proefdieren beperken

Wim de Leeuw, hoofd van de Instantie voor Dierenwelzijn zegt: “We moesten wat barrières overwinnen, zoals de werving en registratie van adoptanten, maar dankzij onze partners is het gelukt dat op poten te zetten. Een positief bijeffect is dat iedereen die betrokken is bij de fok en het gebruik van proefdieren zich weer bewuster is geworden van de noodzaak om het aantal overtollige proefdieren zo beperkt mogelijk te houden. Er wordt soms een marge aangehouden, bijvoorbeeld omdat men vooraf niet precies weet hoeveel dieren er geboren zullen worden met de eigenschappen, waaronder bijvoorbeeld het geslacht, die voor bepaald onderzoek van belang zijn. Maar die marge kan soms misschien nog kleiner.”

Geen impulsaankoop

De initiatiefnemers willen voorkomen dat mensen zich impulsief aanmelden als adoptant en vervolgens niet goed voor de dieren kunnen zorgen. Het Knagertje houdt daarom vooraf een indringend gesprek met elke adoptant. Ook op andere manieren wordt om het welzijn van de dieren gedacht. Groepjes dieren die elkaar al kennen, blijven zoveel mogelijk bij elkaar.

Geertje Krechting, eigenaar van Het Knagertje, zegt hierover: “Wie knaagdieren wil adopteren moet zich eerst goed verdiepen in de verzorging en de huisvesting. We willen pertinent niet dat mensen de dieren impulsief in huis nemen. Daarom vragen we ook een klein bedrag voor de aanschaf van een knaagdier. De adoptanten moeten ook voorbereid zijn op extra kosten. De dieren hebben een ruime kooi nodig en geschikte materialen om in weg te kruipen en mee te spelen. Als ze ziek worden moeten ze net als elk huisdier naar een dierenarts. De dierenartskosten zijn voor de nieuwe eigenaar. Een andere eis die we stellen is dat er geen katten of honden in dezelfde kamer mogen verblijven. Dat geeft de dieren te veel stress.”

Navolging

De Leeuw hoopt dat het initiatief veel navolging zal krijgen: “We gaan met ons verhaal naar nationale en internationale congressen om de resultaten te bespreken met collega’s. Sommigen denken dat grote aantallen knaagdieren nooit allemaal geplaatst kunnen worden, en dat is goed mogelijk, maar tot nu toe gaat het goed. Er zijn in een half jaar al meer dan honderd dieren herplaatst. Dus we hebben goede hoop.”

Binnenkort zal de Dierenbescherming op haar website Ik-Zoek-Baas apart aandacht vragen voor herplaatsing van ex-proefdieren.

Meer informatie:

Update: aandacht voor dit initiatief in de media