3V-Stimuleringsfonds: verfijning bij anesthesie

4 jaar geleden

Yvonne van Zeeland, werkzaam als dierenarts-specialist bij de Afdeling Vogels en Bijzondere Dieren (Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren, Universiteit Utrecht) ontving samen met haar collega’s subsidie van het 3V-Stimuleringsfonds voor het onderzoeksvoorstel Verfijning van anesthesieprocedures bij cavia’s, ratten en muizen door gebruik van diersoortspecifieke larynxmaskers. Het kan een doorbraak zijn in verfijning van dierproeven waarbij narcose wordt toegepast.

Wat wil je met dit onderzoek bereiken?

We willen met onze onderzoeksgroep narcose bij dieren verbeteren, zowel bij patiënten als bij proefdieren. Hulpmiddelen die gebruikt worden om de ademhaling te regelen tijdens een narcose kunnen naderhand voor ongerief zorgen. Bij intuberen breng je een buisje van stevige silicone door de stembanden in de luchtpijp. Als dit gebeurt bij mensen, hebben ze daarna vaak last van hun keel. Het is aannemelijk dat dat bij dieren ook voorkomt. Bovendien kunnen er complicaties optreden: spasmen van de stembanden, bloedingen, zwellingen of littekenvorming. Voor mensen is er een goed alternatief: het larynxmasker. Dat is veel zachter en gaat niet door de stembanden. Wij ontwikkelen nu larynxmaskers voor verschillende diersoorten, afgestemd op de bouw van de keelstreek per diersoort. Dat laatste is essentieel om een goede werking te kunnen garanderen.

Hoe kwam je in dit onderzoek terecht?

Een productiebedrijf van larynxmaskers voor mensen wilde ze ook voor dieren gaan maken. Zij benaderden onze kliniek in 2009 met de vraag om samen te werken. We zijn begonnen met het ontwikkelen van de maskers voor honden, katten, paarden en konijnen. Dat onderzoek is sterk op patiënten gericht. Ik werk daar uiteraard met veel plezier aan mee. Ik ben dierenarts, en wil dieren de beste zorg bieden.

Dit project gaat over kleine knaagdieren.

Wij zeiden op een zeker moment: kijk ook eens naar proefdieren. Knaagdieren worden in de dierenartsenpraktijk niet vaak geopereerd, maar wel binnen de proefdierwereld. Ook voor de proefdieren willen we dit welzijnsvoordeel behalen. Het larynxmasker is simpel en snel in te brengen zonder schade. De anesthesieduur wordt verkort, en bij het wakker worden is er minder ongerief. Zo kun je dierproeven verfijnen. Ook is er minder kans op ernstige complicaties, waardoor de uitval lager wordt en er dus minder dieren nodig zijn in een proef. We voeren het onderzoek nu uit in samenwerking met het Gemeenschappelijk Dierenlaboratorium van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht.

Voor dit onderzoek zelf zijn ook weer proefdieren nodig. Hoe ga je daarmee om?

We wilden inderdaad zo diervriendelijk mogelijk werken. Samenwerking heeft daarbij geholpen. De eerste ontwerpen voor de maskers hebben we gemaakt aan de hand van dode dieren, geplastineerd binnen het departement Pathobiologie. Toen we tevreden waren over de eerste prototypes, gingen we passen en meten bij kadavers. Daaruit kwamen dan vaak nog een aantal kleine aanpassingen naar voren om het masker verder te verfijnen, voordat we overgingen tot het testen in levende dieren. We zochten samenwerking met groepen die dieren voor hun proef sowieso onder narcose zouden brengen zonder bijkomen, zodat ze geen extra ongerief konden ondervinden en wij geen extra proefdieren nodig hadden. Zo werkten we samen met onderzoekers van het UMC Utrecht, het VU medisch centrum en het Academisch Medisch Centrum.

En nu?

Inmiddels hebben we larynxmaskers succesvol getest bij de cavia en de rat. En ook met de muis zijn we een heel eind op weg. We staan nu op het punt om een vergelijkende studie te gaan doen waarbij we gebruiksgemak, functionaliteit en veiligheid van het larynxmasker gaan afzetten tegen de tot nu toe gebruikte methodes: intuberen en gebruik van een mondmasker. We vergelijken de tijd die nodig is voor het in- en aanbrengen, de kwaliteit van de anesthesie, de mate van afsluiting en eventuele lekkage, het optreden van weefselschade, enzovoort. Ook hier proberen we of het onderzoek in te passen is in een bestaande dierproef, zodat er zo min mogelijk extra dieren nodig zijn.

Ben je hoopvol gestemd?

Zeker! Tot nu toe lijken de dieren waarbij het masker is toegepast zeer vlot te herstellen na de narcose, en hebben onderzoekers zelfs succesvolle openborstoperaties bij cavia’s kunnen uitvoeren met het larynxmasker. Desalniettemin moeten we de resultaten van de vergelijkingsproeven afwachten om te bewijzen dat het masker op alle vlakken beter presteert. We hopen die proeven voor de cavia, en hopelijk ook de rat, voor het einde van dit jaar afgerond te hebben. Als de resultaten positief zijn, verwacht ik dat de maskers binnen een jaar op de markt kunnen zijn. Daarnaast zijn er plannen om te starten met de ontwikkeling van een larynxmasker voor varkens. Ook die worden immers veel als proefdier gebruikt.

Waarom was hier een subsidie van het 3V-Stimuleringsfonds voor nodig?

De subsidie maakt het mogelijk om het vergelijkende onderzoek uit te voeren. Dat onderzoek is essentieel om wetenschappelijk te kunnen bewijzen dat het larynxmasker doet wat het moet doen, en beter is dan de huidige methodes. Voor de producent is dat onderzoek in principe niet nodig: gek genoeg is er voor de verkoop van hulpmiddelen niet zo’n veeleisende registratieprocedure nodig als bij medicijnen. Maar het bedrijf is erg begaan met dieren, en wil dat het product echt het beste welzijn biedt. En wij willen als onderzoekers graag aantonen dat het uitontwikkelde model beter werkt. Het fonds maakt het mogelijk om dat wetenschappelijke onderzoek eraan te koppelen.

Het 3V-Stimuleringsfonds is een fonds van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht voor onderzoeksinitiatieven (van medewerkers) op het gebied van Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven.