3V-Stimuleringsfonds: paardenlevens redden

6 maanden geleden

Dr. Cornélie Westermann is onderwijsdirecteur van de master binnen de faculteit Diergeneeskunde. Ze is bovendien internist bij Inwendige Ziekten van het Paard. Met een neus voor innovatie bedacht ze het plastinaat waarop studenten leren paarden te sonderen: vaak een levensreddende handeling.

Om praktisch te beginnen: wat is sonderen?
Laat ik beginnen met een vrij unieke, maar ook erg onhandige eigenschap van paarden: ze kunnen niet overgeven. Als ze een koliek hebben, zoals een knoop in de dunne darm of een darmafklemming, kunnen de grote hoeveelheden maag- en darmsappen die aangemaakt worden niet verder in het darmkanaal. De maag zwelt en kan kapotscheuren. Daar overlijden paarden nogal eens aan. Bij sonderen brengen we via de neus een vrij dikke slang naar binnen. Komt de slang aan in de keel, dan moet het paard haar inslikken en dan duwen we de slang zachtjes via de slokdarm door tot in de maag. Zo kunnen we overtollige maagsappen afvoeren.

Moet elke student dat leren?
Zeker, we willen dat elke masterstudent diergeneeskunde dit heel goed kan. Want er zijn meer toepassingen. Sonderen kan ook nodig zijn bij het toedienen van medicatie. En bij dwangvoeding: als ezels en pony’s niet meer eten en in een negatieve energiebalans komen, waardoor ze ziek worden. Ook veulens die niet kunnen drinken, voeden we via een sonde. Al onze studenten oefenen daarom op onze onderwijspaarden, tijdens de practicumweken voordat ze coschappen gaan lopen in de kliniek.

Dus die onderwijspaarden krijgen nogal wat te verduren?
Dat vind ik veel te negatief voorgesteld. Onze paarden hebben echt een goed leven bij ons, in groepshuisvesting. Ze lopen bij goed weer het hele jaar buiten en krijgen volop beweging, met elk een eigen berijder. Maar we willen ze inderdaad zo min mogelijk belasten. Klinisch onderzoek, zoals de hartslag beluisteren, vinden ze alleen maar gezellig. Soms worden ze geprikt, maar dan zijn ze daarop ook een flinke periode  vrij. Maar van sonderen raken ze best wat geïrriteerd, omdat ze als ze die slang zien al weten wat er komt. Wij willen dat onze paarden jarenlang blij meegaan bij ons.

En zo kwam je op de gedachte van een ‘kunstpaard’?
Nee, veel praktischer en doelgerichter dan een compleet paard. We hadden al wel eens iets geprobeerd met een modelletje met alleen een neus. Daarna hingen we een aantal stofzuigerslangen met nog wat dingen in een stellage, op paardenhoogte. Maar het werkte allemaal niet echt, of beter gezegd: echt niet. Wij hebben hier het ‘Centre of Excellence for Plastination and Virtual Reality’ met een erkende plastinaat-expert, Arend Schot. Wat we nodig hadden, is een plastinaat van hoofd, keel, slokdarm, luchtpijp en maag van het paard. Bij elkaar een heel groot gebied om te plastineren. Maar het is inmiddels gelukt het te maken. Ik vind dat het er prachtig uitziet. In april hangen we het in de stellage die we al hadden. Dan monitoren we een paar maanden de leerervaringen van studenten. Zijn die positief, dan word ik echt enthousiast.

Ga je dat enthousiasme ook delen?
Dat is zeker het plan. Met de docenten hier natuurlijk, ook voor eventuele nascholing. Maar vooral met buitenlandse zusterfaculteiten. Als enige faculteit Diergeneeskunde in Nederland hebben we heel veel contacten in Europa en Amerika. Nergens is er nog zo’n plastinaat. Bevalt het, dan zullen we het op congressen demonstreren, wellicht met video’s, misschien ook met resultaten van zelfvertrouwentests onder de studenten. Het is duidelijk: helpt het onze dieren, dan helpt het dieren wereldwijd.

Heeft de steun van het 3V-Stimuleringsfonds daarin substantieel bijgedragen?
Die steun hielp ons absoluut over de drempel. Je ziet het in veel projecten: ze kosten vaak veel manuren. Met subsidie trek je mensen sneller over de streep. Het gaat niet zomaar om het zoveelste leuke idee. Extern geld geeft een gezonde druk om te leveren. Je hebt tenslotte ook iets te verantwoorden.

Hoe ver terug gaat jouw liefde voor paarden?
Lang niet zo ver als bij mijn meeste collega’s: zij zijn vaak van kinds af aan te midden van paarden opgegroeid. Na een jeugd met vooral balsporten ben ik er min of meer ingerold. Ik ben vanaf 2000 onophoudelijk met paarden bezig. Fanatiek als arts, maar de slechtste ruiter onder de collega’s. Wel kan ik niet alleen goed met paarden omgaan, maar ook met paardeneigenaren. Zij zijn meestal nog veel emotioneler bij hun dier betrokken dan honden- of kattenbezitters. Dat vindt ongetwijfeld z’n weerspiegeling in hoe goed wij voor onze onderwijspaarden willen zijn.