Vergunningen

Op een aparte pagina publiceren we alle vergunningen voor onderzoeks- en onderwijsprojecten met dierproeven die vanaf 1 mei 2017 door de Centrale Commissie Dierproeven zijn verleend aan de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht.


In de vergunningen is informatie onleesbaar gemaakt die de privacy van medewerkers zou kunnen schenden of die concurrentiegevoelig is. Dit is gebaseerd op de uitzonderingsgronden volgens artikel 10.2.e (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) en 10.2.g (het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling) van de Wet openbaarheid van bestuur.

Feitelijk betekent dit dat persoonsnamen en persoonlijke contactgegevens, zoals e-mailadressen, telefoonnummers en bepaalde functienamen of afdelingsnamen niet openbaar zijn gemaakt, omdat openbaarmaking daarvan zou leiden tot het identificeren van de betrokken onderzoekers (uitzonderingsgrond 10.2.e). Daarnaast zijn (onderdelen van) onderzoeksstrategie├źn niet openbaar gemaakt, omdat dit het UMC Utrecht of de Universiteit Utrecht, dan wel andere (derde-)belanghebbenden evenredig benadeelt in de zin van artikel 10.2.9:

  • Als bepaalde onderzoeksstrategie├źn op deze wijze al openbaar worden gemaakt, kunnen deze niet meer beschermd worden door intellectuele eigendomsrechten (patenten/octrooien).
  • De betrokken onderzoekers lopen het risico niet meer als eerste te kunnen publiceren over de eigen onderzoeksresultaten.
  • Sommige concurrenten hebben de technieken om ons in te halen.

Het doen van innovatief onderzoek, zeker in de vroege fase van dierproeven, wordt op deze manier anders onmogelijk. Het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling moet dus zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid.